Rangen Van de RPG
We beginnen met de starters rangen:
Dorpeling I
Dorpeling II
Dorpeling III
Dorpeling IV
Dorpeling V
Dit is het lager Scheepsvolk op een Handels schip
Daarna kan je 2 kanten op de handel of de piraterij maar je kan ook burger blijven als je dat wil.
Eerst naar is de Handel
Scheepsjongens I
Scheepsjongens II
Scheepsjongen III
Scheepsjongen IV
Scheepsjongen V
Je verricht aan boord allerlei karweitjes; tussen 10 en 16 jaar oud. Nu wordt je ouder en wijzer dus een hogere rang
Hooploper I
Hooploper II
Hooploper III
Hooploper IV
Hooploper V
matrozen in lage rang, ongeoefende matroos, lichtmatroos.
BootGezel I
BootGezel II
BootGezel III
BootGezel IV
BootGezel V
Boot gezellen helpen de Busschieter met het bedienden het geschut
Busschieter I
Busschieter II
Busschieter III
Busschieter IV
Busschieter V
Busschieter bedienen het geschut
Matroos I
Matroos II
Matroos III
Matroos IV
Matroos V
Dit zijn de Ambaambachtslieden Dit zijn eveneens Onderofficieren
De matrozen deden het overgrote deel van het scheepswerk, terwijl de soldaten moesten helpen indien dit noodzakelijk was. Zij kwamen vaak uit de laagste sociale milieus of waren in een weeshuis opgegroeid.
Trompetter I
Trompetter II
Trompetter III
Trompetter IV
Trompetter V
gaven signalen bij de wisseling van de wacht en wanneer een vaartuig van boord voer, aan land kwam of van andere schepen aan boord kwam.
scheeps-corporaal
tweede chirurgijnsmaat
chirurgijnsmaat
Dit zijn de onderofficieren!
moest zorgdragen voor de goede staat van de kleine schiet- en handwapens als musketten, roers, pistolen, houwdegens en pieken.
Boekhouders
bijhouden van de scheepsboeken; journaal en monsterrollen. Zij moesten wie aan boord waren en wie aan boord waren overleden of van boord gegaan. Kortom moesten de boekhouders de administratie verrichten.
kwartiermeester
rang onder de bootsman; hij deelde met hem de taken. Kwartiermeesters stonden tussen de groepen matrozen en de bootslieden in. Zij hadden de directe controle over de manschappen, deelden het eten uit en zagen toe op de orde tijdens het schaften. Zij waren dan baksmeester. De kwartiermeesters gingen mede op wacht en moesten het volk voor de volgende wacht wekken en er voor zorgen dat de roerganger en uitkijk werden vervangen. Ook moesten zij er op toezien dat aan het eind van een wacht gepompt werd om een droog schip aan de volgende wacht over te geven. De kwartiermeesters waren verantwoordelijk voor de lampen bij de kompassen en de lantaarns op het schip. Als de boot of sloep van boord ging moesten zij deze in gereedheid brengen. ook moest één van hen meevaren.
provoost
de provoost handhaafde orde en tucht aan boord. Misdadigers moest hij opsluiten en van water en brood voorzien. Iedere avond sloeg hij met zijn "gerecht" of provooststok op de grote mast om de bemanning op de regels te wijzen.
Artilleriemeester
of constapel, droeg zorg voor geschut en munitie. Als de kanonnen niet gebruikt werden moesten hij zorgen dat ze stevig vastgebonden waren en niet tijdens een storm konden gaan rollen. Hij moest om de week vier à vijf keer het kruid keren en de vaten heen en weer rollen om te voorkomen dat het kruid ging klonteren. Hij was ook verantwoordelijk voor de handwapens aan boord, zoals kardoesen, lepels, wissers, handgranaten, vuir, stinkpotten, musketten, roers, pistolen en degens.
De konstabel had een of meer konstabelsmaten en vijf of zes busschieters onder zich.
bottelier
hield zich bezig met de distributie van voedsel en drank onder andere aan de kok en zijn maat, die de gehele bemanning van voeding moest voorzien. Hij moest dagelijks het rantsoen aan de kok leveren. De bottelier moest de schipper wekelijks op de hoogte houden van de voorraad. Van de vaten drank moest hij bijhouden hoe ver zij leeg waren.
De bottelier werd bijgestaan door een botteliersmaat, de kuipers en enkele matrozen, de "ruimsgasten" genoemd.
Schieman
zorg voor de fokkemast (en boegspriet). De schieman moest tijdens het laden en lossen altijd in het ruim zijn en de goederen goed stuwen. Ook moest hij de zware touwen in het kabelgat goed "wegschieten".
hoogbootsmansmaat
verantwoordelijk voor de bezaansmast
hoogbootsman
toezicht op het staande en lopende want van het schip, met name met dat van de grote mast. De hoogbootsman had de hoogbootsmansmaat en alle matrozen onder zich.
Dit zijn de officieren!
derde waak
de derde waak is de derde verantwoordelijke voor de navigatie. Er konden meerdere personen de functie van derde waak hebben.
Onderstuurlieden
de tweede stuurman is de tweede verantwoordelijke voor de navigatie. De onderstuurlieden zijn ieder in een kwartier ingedeeld om toezicht te houden op de zeilen.
Opperstuurman
eerste verantwoordelijke voor de navigatie. Bij afwezigheid van de schipper had de opperstuurman het bevel. De opperstuurman was ook verantwoordelijk voor de lading en een goede stuwage van de goederen in het ruim.
De Kamer Amsterdam had al in 1619 een examinator voor stuurlieden in dienst. De andere kamers volgden veel later; de Kamer Rotterdam pas in 1737. In de loop van de tijd werden de eisen voor het examen van stuurman steeds verder aangescherpt
schipper of kapitein
Aanvankelijk schipper ("heer van het schip") genoemd, maar in de 18e eeuw ook kapitein of kapitein-luitenant. Tot 1742 was officieel de opperkoopman degene met de hoogste positie, maar in de praktijk gaf de schipper de bevelen aan boord. Hij moest de instructies en opdrachten die hij meegekregen had van de bewindhebbers (Heren XVII) naleven en uitvoeren. In het algemeen moest de schipper aan boord een goede orde en discipline handhaven. Hij had de eindverantwoordelijkheid voor de navigatie, maar moest bij het bepalen van de koers wel degelijk rekening houden met de mening van de stuurlieden. De schipper werd in zijn taken ondersteund door de stuurlieden, kooplieden en boekhouder.
In 1751 werd een examen ingesteld voor de hoogste rang onder het zeevarend personeel, de schipper.
Schrijvers
assistenten van kooplieden
onderkoopman
opperkoopman
verantwoordelijk voor de lading en de handel. Tot 1742 was in theorie de opperkoopman degene met de hoogste positie.
Dit waren de handels rangen!
bakszuen I
Bakszuen II
Bakszuen III
Bakszuen IV
Bakszuen V
Dit is vooral van 8 tot 15 jaar.
Daarna wordt je een lichte matroos
Lichtematroos I
Lichtematroos II
LichteMatroos III
Lichtematroos IV
Lichtematroos V
Als lichte matroos doe je alleen delichte klusjes.
En je helpt de matroos. Daarna krijg je de matroos.
Matroos I
Matroos II
Matroos III
Matroos IV
Matroos V
Als matroos doe je de vooraden bij houden, Zeilen Spannen Ect.
Als Volmatroos hou je de munitie en wapens bij. Hierbij helpen matrozen je.
Volmatroos I
Volmatroos II
Volmatroos III
Volmatroos IV
Volmatroos V
Dit waren de normale Boots Rangen
Kabeljongen I
KabelJongen II
Kabeljongen III
kabeljongen IV
Kabeljongen V
Daarna krijge je bootsman Die zorg dat de zeilen in goede staatblijven en opdetijd de zeilen optijd gehesen worden.
Bootsman I
Bootsman II
Bootsman III
Bootsman IV
Bootsman V
Daarnaa Krijg je opperbootsman Die geeft leiding over iedereen die onder hem staat.
Opperbootsman I
Opperbootsman II
Opperbootsman III
Opperbootsman IV
Opperbootsman V